top of page

"Being a baby at something": waarom het goed is voor schrijvers om van nul te beginnen

‘s Avonds verruil ik de blauwe gloed van de televisie steeds meer voor schilderen en tekenen bij kaarslicht. Helaas groeit de liefde voor mijn nieuwe hobby veel sneller dan mijn kundigheid. Vaak wil ik stoppen, uit schaamte. Waarom het belangrijk is om toch nieuwe dingen te proberen, om jezelf toe te laten een groentje te zijn.

In tegenstelling tot veel creatievelingen ben ik geen tegenstander van artificiële intelligentie. Chat GPT helpt me bij het structureren van mijn leven - en deze post. Het leest mijn teksten na en schrapt overbodige woorden. Maar echte voldoening schenkt het me niet. AI richt zich op het product, niet op het proces. En net dat laatste vult een creatief hart.


Een moment van helderheid


Het is handig om in een vingerknip tot een nieuw verhaal te komen. Maar energie geeft het niet. Wanneer ik zelf schrijf en plotlijnen bedenk, voel ik wél de adrenaline door mijn lijf stromen. Zeker als ik het op de ouderwetse manier doe, met vulpen in een schrift. Dan gebeurt er iets dat ik niet kan omschrijven, niet kan vatten zelfs. Het komt nog het dichtst bij wat muzikant Wim De Busser over zijn openbaring vertelde in de podcast A moment of clarity. “Ik was aan het zingen (in zijn studio nvdr.). Be awake. Think about Jesus. En ineens - pats - gebeurde het. Schoot ik wakker. Alle depressiviteit en angsten van tientallen jaren spoelden van mij af. Ineens was ik de gelukkigste mens van de wereld. Het was pure gelukzaligheid die over mij stroomde omdat ik ineens iets besefte. Een soort van ultieme waarheid over realiteit en identiteit.”

Wat die waarheid was, vertel ik een andere keer, of je ontdekt het zelf via de podcast. Daar gaat het me nu niet om. Het gaat niet om de inhoud van zo’n openbaring - die kan op honderden manieren verwoord worden - maar om het gevoel. Dat klinkt misschien zweverig en toch spreekt het tot mij, zeker als ik achter mijn schrijftafel zit en bij elk neergepend woord langzaam uit mijn stoel lijk te verdwijnen.

AI heeft me dat gevoel nog nooit gegeven. Modules zoals CHAT GPT of Copilot maken mijn leven makkelijker, maar geven het geen glans. Ze geven me geen toegang tot een andere vorm van bewustzijn. Dat merk ik ook in mijn worsteling met Tongentaal, mijn nieuw romanproject. Omdat het schrijven moeilijk loopt, ben ik helaas de schittering van de activiteit verloren. Hoeveel uren ik ook achter mijn schrijftafel doorbreng, opstijgen uit mijn stoel doe ik niet meer. Dezer dagen levert het me alleen een pijnlijk zitvlak op. Chat GPT als hulplijn leverde niets op. Dus nam ik me voor om de ideeën die zich niet in woorden laten vangen, te vertalen naar beelden. Om ze te tekenen, te schilderen zelfs. Helaas suck ik in beide vaardigheden. Het is sinds mijn kindertijd geleden dat ik er actief mee bezig ben geweest.


André 3000 en de creatieve rut


Desondanks probeer ik mijn nieuwe hobby te omarmen. Daarbij denk ik vaak aan de woorden van hiphoplegende André 3000, die na jaren afwezigheid tot ieders verbazing een album opnam met “wind instruments” (lees: allerlei soorten fluiten). New Blue Sun heet de plaat. In een interview met journalist Zach Baron zei hij iets belangrijks: “In some of the songs of the album you hear me figuring the instrument out. So it’s new. Which I thought was really cool. To me that’s one of the coolest things about the recording. Like I’m actually listening to myself being a baby at something. At this new machine that I’ve never touched.”

Bij hem geen schaamte om een beginner te zijn. Integendeel, zijn gebrek aan kennis van de fluit prikkelde net zijn nieuwsgierigheid. Het daagde hem uit om te leren, én een plaat te maken. Het doorbrak zijn creatieve sleur. In de nillies was Outkast een van de populairste hiphopbands. Maar met ouder worden liep André 3000 vast. “What should I write about?”, vroeg hij zich af. “That I had a colonoscopy?”


Een beetje meer nieuwsgierigheid dan angst


Dat brengt me bij een quote van schrijver Elizabeth Gilbert over het overwinnen van angst: “Je hoeft niet uitzonderlijk moedig te zijn. Alleen maar een heel klein beetje meer belangstelling te hebben voor iets dan dat je er bang voor bent.”

Dat kan ik alleen maar beamen. In Tongentaal onderzoek ik de impact van neurodiversiteit op romantische relaties en religieuze beleving. Net zoals bij mijn debuutroman Bintje ligt de thematiek als kalkpapier over mijn eigen leven. Dat delen met de wereld maakt me doodsbang. Maar in plaats van te verstijven voor de “moeilijke tweede” zoek ik naar creatieve manieren om toch te blijven bewegen.

Door mezelf uit te leven in vaardigheden die ik niet onder de knie heb. Door niet alleen over mijn thema te schrijven maar er ook over te tekenen en kleine acquarellen te schilderen. Door bloemen en bladeren uit mijn tuin te drogen en er natuurcollages van te maken. Door in mijn dagboek over mijn angst te schrijven.

Dat gaat trager, ja, maar liever een boek dat langzaam ontstaat en waarvan ik het maakproces kan liefhebben, dan een boek dat er snel komt en me een degout voor het schrijven oplevert.



 
 
 

Opmerkingen


bottom of page